Een korte schets uit het leven van Thomas Watson, predikant te Londen

Schets over Thomas Watson en zijn kerkelijk standpunt

AFKOMST EN STUDIETIJD

Het geboortejaar van Thomas Watson is niet precies bekend. Het ligt tussen 1616 en 1620. Thomas studeerde in zijn jeugd bij 'Emmanuël College, een afdeling van de Universiteit te Cambridge. Tot zijn medestudenten behoorden o.a. de bekende Thomas Brooks, Stephen Charnock en William Jenkyn. In 1639 verkreeg Watson de graad van B.A., Bachelor of Arts, kandidaat in de letteren. EN in 1642 de graad van M.A., Master of Arts, meester in de letteren. In 1641 werd Watson hulpprediker in Hereford waar hij na voltooiing van zijn studies bleef. In het najaar van 1646 werd Watson beroepen te Walbrook, een wijk in Londen. Hij werd geordend in de St. Stephanuskerk, die behoorde aan de Anglicaanse Kerk, de Engelse Staatskerk.

DE STAATSKERK IN WATSONS STUDIETIJD.

Al in zijn studietijd kreeg Watson met grote problemen te kampen. In 1637 werd op aanraden van Koning Charles I [regeerde van 1625-1649] door Dr. William Laud, aartsbisschop van Canterbury een 'Book af Canons' geschreven. Hierin werden de kerkelijke ceremoniën op een haast roomse manier voorgeschreven. De predikers werden bijvoorbeeld verplicht de liturgie in een koorhemd te lezen, het avondmaal knielend te laten gebruiken, een altaar in de kerk te plaatsen, enz. De koning kreeg een absolute macht in de kerk en bestuurde die door zijn bisschoppen die in rangen waren ingedeeld. De koning deed al wat hij kon om deze ceremoniën aan het Engelse en Schotse volk op te dringen. In Schotland werd deze dwang een reden tot Vernieuwing van het Nationaal Verbond op 28 februari 1638. Veel Schotten zwoeren trouw en ondertekenden de kerkregering zoals zij die naar Gods Woord beschreven hadden. Deze Staatsbemoeiing leidde tot een burgeroorlog, de 'Bisschoppenoorlog' in 1639 en 1640 tussen de troepen van Charles I en de Covenanters. Dat zijn de Schotten die het Verbond ondertekend hadden.

Bovendien werd een tweede boek van Dr. Laud onder dwang in de kerk ingevoerd, het 'Book of common prayer", een algemeen gebedenboek voor gebruik tijdens de kerkdienst. Men zegt dat het leek op een rooms misboek. Geen wonder dat er veel protesten losbraken.

DE KERK VERLOST VAN HET BISSCHOPPENSTELSEL.

Na verloop van enkele jaren ging het Parlement van Engeland zich steeds meer verzetten tegen de maatregels van de koning. De meeste leden van het Parlement waren Puriteinen. De Puriteinen behoorden in die tijd nog tot de Staatskerk maar moesten niets van die half roomse gewoonten hebben. Wat de gespannen toestand tussen de koning en het Parlement verergerde was de vreselijke 'Ierse Bartholomeüs-nacht van 23 oktober 1641. Minstens 12.000 protestanten werden op een afschuwelijke wijze vermoord. Omdat Charles I en koningin Henriëta Maria –een dochter van de bloeddorstige Maria de Medici uit Frankrijk- daar de hand in hadden, leidde een en ander tot een nieuwe burgeroorlog. Mede hierdoor kwam een andere groep van de Puriteinen aan de macht, de 'Independenten'.

In 1642 werd de Anglicaanse kerk van het bisschoppenstelsel gezuiverd. Vanaf 1643 –1648 werd de beroemde "Westminster Synode" gehouden. Thomas Watson was zeer ingenomen met de 'Grote en kleine Catechismus' die op deze Synode werd vastgelegd. En niet minder met de Presbyteriaanse vorm van kerkregering. Die komt overeen met de Gereformeerde Kerkorde.

Dr. Laud werd op 10 januari 1645 onthoofd en Charles I vluchtte naar Schotland. De bekende Olivier Cromwell werd Protector en kreeg nu de hoogste macht in het Parlement.

DE REGERING VAN CROMWELL.

De Puriteinen waren in twee groepen verdeeld. Een groep was Presbyteriaans gezind en hield vast aan de Staatskerk. Tot deze groep behoorden o.a. Watson, Love, Manton, Calamy, Flavel. De andere groep waren Independenten. Zij waren niet verenigd met de Staatskerk. Ze verwierpen een kerkregering die op hiërarchische wijze bestuurd wordt. Zij hadden de overtuiging dat de meerderheid van de leden beslist in kerkelijke zaken en ieders consciëntie behoort vrij gelaten te worden om God te dienen naar Zijn Woord. Dus niet een vrijheid van godsdienst, maar gewetensvrijheid naar de Schrift. Hun visie op de kerkregering had invloed op hun visie van het landsbestuur. Zij gaven de voorkeur aan een Republiek. Tot deze groep behoorde de beroemde Dr. John Owen, Th. Goodwin, etc.

Deze Independenten waren tijdens de regering van Charles I in de minderheid en werden door hem onderdrukt. Maar toen Cromwell aan de macht kwam werden de rollen omgekeerd en stootte het vernieuwde Parlement de Presbyterianen uit de regering. Ook de Babtisten leden onder de nieuwe regering. John Bunyan werd regelmatig het preken belet.

De tegenstellingen tussen Presbyterianen en Independenten leidden opnieuw tot een burgeroorlog in 1648. Cromwell versloeg het leger van Charles I, gesteund door de Schotten. Charles I werd gevangen genomen en door het Parlement onthoofd. De Schotten riepen in 1650 zijn zoon Charles II uit tot wettig troonopvolger.

WATSON IN DE GEVANGENIS.

Watson kwam hierdoor in een situatie waarover hij tijdens zijn leven en na zijn dood hevig over bekritiseerd werd. De Presbyteriaanse leraars noemden de terechtstelling van de koning een koningsmoord. Het Parlement verdedigde hun daad omdat ze de koning zagen als een vervolger van Gods kerk en achtte zijn dood heel terecht. Watson liet zijn stem hiertegen horen. Zijn vurige medebroeder Christoforus Love pleitte er sterk voor dat Charles II ook in Engeland zou gekroond worden. Met enkele medebroeders en overheidspersonen vergaderden zij hierover

Deze actie van Love, Watson, Jenkyn en anderen werd opgemerkt door enkele tegenstanders van de Presbyterianen. Zij klaagden Love, Watson en anderen aan. Dezen werden gevangen gezet in de 'Tower' de Staatsgevangenis in Londen. Love, die het vurigst was in zijn woorden werd beschuldigd van complotvorming en hoogverraad tegen de wettige regering. Love werd ter dood veroordeeld.

Deze verwarde situatie is voor een buitenstaander moeilijk te beoordelen. Hieronder volgt een passage uit de 'Historie van de rechtzinnige Puriteinen in Engeland', door Daniël Neal, uitgegeven in Londen 1735 en vertaald te Rotterdam 1753. 2e deel 2e stuk blz. 53.

'Doch de zaken van het Gemeenebest [de Staat] waren nu tot een crises gekomen. En koning Charles II in Engeland getreden zijnde aan het hoofd van 16.000 Schotten, zo werd geoordeeld de Presbyteriaanse partij een schrik aan te jagen door een van hun bemindste geestelijken tot een voorbeeld te stellen. Mr. Whitlock zegt dat kolonel Fortescue naar de generaal Cromwell gezonden werd met een smeekschrift om het leven van Mr. Love. Maar dat Cromwell en de andere officieren geweigerd hebben om zich met de zaak te bemoeien. Maar bisschop Kennet en Mr. Eachard zeggen dat de generaal Cromwell bescheid zond in een bijzondere brief aan een van zijn vertrouwden: dat hij tevreden was dat Love uitstel van straf en –op verzekering van zijn goed gedrag voor het toekomende- òòk vergiffenis ontvangen zou. Maar de postbode, door enige konings gezinden, tot het leger van de overleden koning behorende, op de weg staande gehouden wordende, hebben ze zijn valeys [reistas] onderzocht. En deze brief van uitstel voor Mr. Love vindende, dezelve met grote grimmigheid en verontwaardiging aan stukken gescheurd; als hem niet waardig oordelende te leven, die zulk een stokebrand bij 'de onderhandeling van Uxbridge' geweest was. Indien deze vertelling waar is, dan is Mr. Love een slachtoffer geworden van de tomeloze woede van de konings gezinden, gelijk als Dr. Dorislaus en Mr. Ascham zulks tevoren geworden waren. De valeys uit Schotland aangekomen zijnde en geen brief van Cromwell ten behoeve van Mr. Love daarin vindende ordoneerde men op de 22sten van augustus dat hij op 'Towerhill onthalst zou worden".

Het argument dat hier wordt aangevoerd dat konings gezinden zo'n mateloze woede hadden tegen Love, een vurig koningsgezind leraar, is niet zo overtuigend. Neal vervolgt:

"Love verzocht het Gerechtshof dat hij niet om reden van de Staat ter dood gebracht mocht worden. Hij erkent dat hij aan geheimhouding schuldig was en bidt dat het Hof hem die misdaad wil vergeven, belovende om voor het toekomende een stil en vreedzaam leven te lijden".

Love's rekwesten hebben niet gebaat, hij werd onthoofd. De dood van Love werpt een onuitwisbare smet op het Engelse Parlement.

Aan de andere kant moeten wij niet uit het oog verliezen dat sommige geschiedschrijvers met nadruk vaststellen dat er een grote geestelijke bloei plaats vond in Engeland tijdens de regering van Cromwell hoe verschillend men ook dacht over de manier van kerkinrichting en landsbestuur.

Comrie, een vurig Presbyteriaan, schrijft in zijn 'Brief over de Rechtvaardimaking': "dat de oude Independenten, ik zeg het met smart, vrij nader aan de genadeleer gebleven zijn dan de Presbyterianen, na het opkomen van de leer van Saumur. Er zijn echter een menigte van fanatiekelingen onder geweest ten tijde van Cromwell die onder een dekmantel van de vrije genade te verhogen, de aller ongerijmste lasteringen uitgegeven hebben… En dat de Hollandse schrijvers alles ter kwader trouw verhaald hebben, ik hoop evenwel niet opzettelijk".

WATSON TERUG IN ZIJN GEMEENTE.

Watson en Jenkyn deden beiden een verzoek aan het Hof om vergiffenis, met belofte zich aan de Regering te onderwerpen. Na enige tijd werd Watson uit de 'Tower' ontslagen, tot grote blijdschap van zijn gemeente.

Watson sprak altijd voor volle kerken. Dat hij gewaardeerd werd bleek ook uit de jaarlijkse verhoging van zijn traktement. Watson bezat een vloeiende stijl en een uitnemend talent in het maken van metaforen. Origineel was hij om de waarheid met beeldspraak en tegenstellingen toe te lichten. In zijn Engelse preken komt het ook regelmatig voor dat die gezegden rijmen.

Watson had ook een grote gebedsgave. Dr. Edmund Calamy vertelt dat op een keer de geleerde prelaat Richardson onder zijn gehoor zat tijdens wekelijkse bijbellezingen. Die bisschop was zo ingenomen met de preek en in 't bijzonder met het gebed erna dat hij Watson naar zijn huis volgde. Daar bedankte de bisschop Watson en vroeg om een geschreven copie van zijn gebed. Watson antwoordde: Helaas kan ik u die niet geven. Ik ben niet gewoon om mijn gebeden op te schrijven; het was niet bestudeerd. Maar de Heere maakte mij bekwaam om het uit de overvloed van mijn hart en genegenheid uit te storten". De bisschop verwonderde zich erover dat iemand zó kon bidden zonder gebedenboek.

DE GROTE UITWERPING.

Charles II was dus door het Schotse Parlement tot koning uitgeroepen. Het Engelse Parlement bond de strijd aan tegen de Schotten. Cromwell versloeg de koning in 1651. Charles vluchtte naar Frankrijk en Nederland. Cromwell stierf in 1658 en werd gedurende 1 jaar opgevolgd door zijn zoon Richard Cromwell. In het Engelse Parlement brak er revolutie uit. In deze verwarringen haalden de Schotten Charles II uit Nederland. Hij werd tot koning van het Britse Rijk uitgeroepen op 4 mei 1660. Dit feit staat bekend als The Restauration, de Herstelling.

De presbyteriaanse leraars in Schotland, waaronder ook Professor Samuël Rutherford zagen hierin aanvankelijk de hand des Heeren. Maar de Presbyterianen hebben zich geweldig bedrogen in hun koning! Want nauwelijks was Charles II gekroond of hij keerde zich met alle macht tegen de Kerk van Christus. Hij beschouwde zichzelf als een Kerkvorst. De bisschoppelijke macht werd hersteld. Er werd een nieuw gebedenboek ingevoerd. Alle predikanten moesten een nieuw kerkordenings formulier ondertekenen. De Covenantseed van het Nationaal Verbond moesten ze afzweren. Een geestelijke kon geen ambt bekleden zonder priesterwijding. Geschiedenisschrijvers meldden dat de losbandigheid die door Cromwells wetten beteugeld was opnieuw uitbarstte. Een vloed van ongerechtigheid spoelde over het land.

De vervolging ging naar een hoogtepunt toen de "Act of Uniformity" werd uitgevaardigd in mei 1662. Deze wet hield in dat ieder die de genoemde bepalingen niet wilde ondertekenen uit de Staatskerk werd geweerd; zijn ambt verviel, dus zijn inkomen werd ingehouden. Bovendien moest hij zijn gemeente en pastorie verlaten vóór 24 augustus 1662.

Zeer groot was de verontwaardiging en droefheid, vooral op de sabbatten die aan de 24ste augustus voorafgingen. Thomas Lye schrijft: "Het was de grootste omkering die in de Kerk van Engeland ooit heeft plaatsgevonden". En Mattheüs Meade zegt: Deze dodelijke dag verdient in zwarte letters geschreven te worden op Engelands kalender. Zinspelend op de geschiedenis van Ester mag gezegd worden: De inhoud van het schrift was dat er een wet zou gegeven worden in alle landschappen, openbaar aan alle volken dat zij tegen dezelfde dag zouden gereed zijn. De lopers gingen uit, voortgedreven door het woord des koning. Deze wet werd uitgegeven op de Burg Susan [het Parlementsgebouw]. En de koning en Haman zaten en dronken, doch de stad Susan werd verward…..", Esther 3.

De meeste afscheidspreken werden gedaan op Sabbat 17 augustus 1662. (Puriteinen gebruikten het woord zondag liefst niet.) Nimmer is er één sabbatdag geweest in Engeland die met de sabbat kon vergeleken worden! "Een stem werd gehoord in het land, geklag en geween en veel gekerm. Het volk beweende hun leraars en wilde niet vertroost worden omdat ze er niet meer zijn". Jaren later vertelden de Puriteinse ouders nog steeds aan hun kinderen van die zwarte rouwdag toen grote scharen zich verzamelden in de kerkgebouwen, waarvan ramen en deuren open stonden omdat ze de bedroefde en benauwde menigte niet konden bevatten. De omgeving van de kerken, kerkhoven en straten stonden vol met mensen die zich als beroofde schapen rondom hun herders verzamelden. Zeer bedroefd zijnde, allermeest over het woord dat er gezegd werd, dat ze zijn aangezicht niet meer zouden zien.

Er waren meer dan 2000 predikanten in de Staatskerk die zich niet onderwierpen aan de nieuwe wetgeving. Daarom werden zij: 'Non-conformisten' genoemd. Niet alleen de predikanten van de Staatskerk, maar ook de leraars van de Independenten en Baptisten en andere groepen werden getroffen in het uitoefenen van hun ambt. Want niemand mocht predikant zijn zonder vergunning van de Staat!

Ook Thomas Watson behoorde bij de non-conformisten. Uit bovenstaande kan men zich enigszins voorstellen welk tafereel zich afspeelde toen Watson zijn afscheidspreken uitsprak.

Zondagmorgen 17 augustus sprak hij over Johannes 13:24. "Een nieuw gebod geef Ik u dat gij elkander liefhebt". 's Middags over 2 Kor.7:1 "Dewijl wij dan deze beloften hebben geliefden, laat ons onszelf reinigen".

Om zijn gemoed ten volle te ontlasten hield hij dinsdag 19 augustus een laatste, ernstige preek, als in de tegenwoordigheid van de Rechter van hemel en aarde: "Zegt den rechtvaardige dat het hem wèl zal gaan, dat zij de vrucht hunner werken zullen eten! Wéé den goddeloze, het zal hem kwalijk gaan, want de vergelding zijner handen zal hem geschieden!" Jesaja 3:10+11. Uit deze preek blijkt duidelijk zijn vernedering onder Gods slaande hand, maar ook zijn levende hoop op Zijn God en de eeuwige erfenis. Er ligt een voorzichtige maar toch duidelijke bestraffing in aan het adres van de regering!

NIEUWE BEPROEVINGEN.

Watson bleef in Londen wonen na zijn uitwerping uit de kerk en pastorie. Evenals veel andere leraars hield hij in stilte kleine bijeenkomsten, de zogenaamde conventiekelen. Een deel van de gemeente kwam bij elkaar in huizen of schuren, in bossen of open veld. Een ander deel kwam in de gevangenis terecht of werden verbannen.

Het Parlement was echter nog niet tevreden. In 1664 werd een nieuwe Wet van kracht waarin bepaald werd dat de bijeenkomsten met meer dan 5 personen, buiten het gezin gerekend, verboden werd. Drie maanden gevangenis stond op de eerste overtreding en verbanning op de derde. Watson hield zich niet altijd aan dit verbod. Meer dan eens werd Watson bij de Overheid aangeklaagd wegens het houden van conventiekelen.

Na deze dingen zond God een engel des doods naar Londen. In mei 1665 begon de pest uit te breken, nadat ze het voorgaande jaar in Holland had geheerst. Duizenden mensen werden in korte tijd naar het graf gesleept, die 's morgens gezond waren en 's avonds dood lagen. Deze epidemie duurde tot ongeveer Nieuwjaar en kostte aan 80.000 – 90.000 mensen het leven. Londen was vervuld met de grootste ontzetting en verschrikking en was als verpletterd. Voor de gevel van sommige huizen stonden rode kruisen met grote letters: Heere, ontferm U onzer! De Overheid moest noodgedwongen toezien dat de kerken vol stroomden. Predikanten en overheidspersonen vluchtten uit de stad, terwijl de vervolgde leraars nu hun leven waagden om voor de levenden te preken en de stervenden te troosten.

En toch, zo totaal verhard was het Parlement dat ze in 1665, terwijl de pest nog woedde een nieuwe Wet uitvaardigden tegen de verdrukte leraars. De beruchte Wet was de 'Acte van Oxford'. Die wet hield in dat de leraars minstens 5 mijl, ongeveer 18 km buiten de plaats moesten blijven waar hun vroegere gemeente gevestigd was. Als gevolg hiervan trokken nadat de pest over was, heel wat predikanten naar Londen waar ze zich makkelijker schuil konden houden dan op het platteland. John Flavel schrijft dat hij in Londen werk genoeg had.

'Opnieuw bezocht God Londen vol zonden,' zegt Thomas Vincent. Op Sabbat 2 september 1666 brak er een vreselijke brand uit. De grote kathedraal, 80 kerken, 13.200 woonhuizen en tientallen magazijnen met enorme schatten werden een prooi van de vlammen. Haast de halve stad was één grote ashoop. Men zette tenten op om kerkdiensten te houden. De slaande hand des Heeren was eerst over kundige Parlementsleden, die verwijderd werden, daarna over de leraars, dan van het volk en tenslotte van de huizen en kerkgebouwen. Het liet een diepe indruk achter! Calamy was zo gebroken onder de oordelen Gods dat hij nog hetzelfde jaar stierf.

Watson's toehoorders deelden ook in de ellenden. Later herinnerde hij het volk er aan: "De brand begon op de Sabbatdag alsof God ons vanuit de hemel wilde te kennen geven dat Hij ons toen strafte voor onze sabbatsontheiliging."

In 1667 werd Londen opnieuw opgeschrikt. Dit maal door onze zeeheld Michiel Adriaanszoon de Ruyter, die via Scheerness over de Thames doorvoer naar het hartje van Londen. Men schreef er van: 'Om onze hoogmoed te vernederen.'

DE MORGEN VAN VERLOSSING.

In 1672 kwam er enige verademing. Het parlement vaardigde een wet uit, de 'Inschikkelijkheidsverklaring'. De predikanten kregen verlof om weer te preken. Bunyan kreeg na 12 jaar gevangenis een vergunning om tot predikant geordend te worden.

Watson kreeg toestemming om in zijn eigen huis te preken. Na verloop van tijd preekte hij in een grote hal van het Crosby-huis in de Bishopsgate straat. Hij werd leraar van de gemeente in de Crosby wijk. Vanaf 1675 tot 1680 diende hij deze gemeente samen met Stephen Charnock, wiens boeken in het Nederlands vertaald zijn. Na Charnocks dood heeft Watson hier nog geruime tijd gestaan, totdat hij wegens slechte gezondheid zijn werk moest verminderen.

Naderhand trok hij zich terug naar Barnstone in het graafschap Essex. Watson stierf daar in 1689 of 1690 toen hij in zijn kamer op zijn knieën lag te bidden. Men vond hem de andere morgen.

In hetzelfde jaar verloste de Heere ook zijn kerk 'uit de hand van hun vijanden om Hem te dienen zonder vreze'. Het Parlement benoemde op 23 februari 1689 Stadhouder Willem III tot koning van Engeland in de plaats van zijn schoonvader James II, die regeerde van 1685-1688. Onder zijn regering waren de vervolgingen weer toegenomen.

NAGELATEN BOEKEN.

Watson heeft in zijn eerste tijd veel preken uitgegeven. In 1660 verschenen zij in Londen en in 1665 kwamen ze al in Nederland van de pers. "Al de theologische en praktikale werken van de godvrezende en zeer geleerde heer ds. Thomas Watson", vertaald door ds. Joh. Fabricius. In 1671 kwam te Bolsward nog 3 Avondmaalspreken uit. In 1718 gaf Johan Hofman een preek uit van Watson over Spreuken 12:26, 'De rechtvaardige voortreffelijker dan zijn naaste'.

In 1692 verscheen in Londen een engelse uitgaaf: 'Het lichaam der praktikale Godgeleerdheid', zijnde de inhoud van predikaties over de korte Westminster Catechismus. Deze uitgaaf was versierd met een potret van de schrijver, een voorwoord van ds. W. Lorimer en een aanbeveling van 25 vooraanstaande predikanten. Deze preken zijn levendig, vol kernachtige gezegden en goed leesbaar. In 1978 zijn ze herdrukt door 'The Banner of Truth Trust' in 3 delen: het 1ste deel over de hoofdwaarheden; het 2e deel over de 10 Geboden; en het 3e deel over het Gebed des Heeren.

In 1997 verscheen het eerste van de drie delen onder de titel: De hoofdsom van de geloofsleer, vertaald door J. de Jager. Regelmatig verschijnen preken uit deze Catechismus (en andere preken) bij uitgever Romijn en van der Hoff BV.

Tevens zijn in de loop van de laatste 25 jaar diverse preken herschreven en hertalingen verschenen. Watson is nog heel aktueel!

Middelburg, 9 april 1999. Copyright W.Westerbeke